Bijzondere zorg

Naast de courante therapieën eigen aan een gewoon woonzorgcentrum leggen wij de accenten soms anders.

Euritmie

De euritmie is een nieuwe bewegingsvorm die ontstond vanuit een artistieke bezinning van R. Steiner op het spirituele mensbeeld dat we in het huis voor ogen hebben. Vele inrichtingen in het huis, zoals een goede voeding en het vieren van de jaarfeesten, zijn er op gericht om de levenskrachten te bevorderen bij de oudere mens.

De euritmie maakt deze levenskrachten zichtbaar en probeert deze op een harmonische manier te helen. Eu-ritmie betekent immers een ‘goed ritme’ of een goede harmonie geven aan onze uiterlijke beweging en onze innerlijke zielshouding. Deze bewegingen zijn niet willekeurig van aard maar hebben een spirituele betekenis.

De euritmie stelt dat achter elke klinker en medeklinker, achter elke klank en toon een beweeglijke vorm leeft. Men kan het diepere wezen van die krachten zelf beleven door die bewegingsvormen zelf mee te voltrekken. Het lichaam begint  harmonisch te ‘zingen’ door beweging.

We kunnen dit met een treffend voorbeeld illustreren dat iedereen zal herkennen: Heffen we niet spontaan onze handen op als we ‘aa’ zeggen en hebben we geen afwerende beweging als we ‘èè’ zeggen. Deze ‘spontane’ bewegingen kunnen verder ontwikkeld worden door de euritmie.

Kunstzinnige therapie

Deze therapie probeert door middel van kunstzinnige activiteiten de levensprocessen en de ziel weer op een harmonische manier te verbinden.
Door de kunst activeert men zijn ‘muze’ of zijn innerlijke bron waardoor geremde en onderontwikkelde gebieden van de ziel weer kunnen ‘meespelen’.
Men stimuleert door het tekenen het eigen – dikwijls door de jaren ‘vastgeroeste’ – waarnemingsvermogen waardoor men ook gevoeliger wordt voor de gevoelens in de eigen ziel.
Er is door het zelf scheppend bezig zijn een mogelijkheid tot positieve zelfervaring waardoor het lage zelfbeeld, waar ouderen mee kunnen kampen, kan geheeld worden.
Hier kan de mogelijkheid ontstaan om vanuit die nieuwe – door het kunstzinnig omgaan met de wereld – verworven mogelijkheden aan zichzelf te werken. Een concrete toepassing van deze inzichten in het huis is bijvoorbeeld het kunstzinnig schilderen.

In de schildertherapie wordt meestal met aquarelverf gewerkt op een van tevoren nat gemaakt vlak.  Door deze techniek vermengen de kleuren zich  door de natte ondergrond. Men kan niet zo gemakkelijk scherpe contouren ‘maken’. Het is zoals het droomleven dat haaks staat op ons gewone bewustzijn. Dat wordt immers beheerst door het heldere en omlijnende denken. Het maken van de schildering is belangrijker dan het resultaat.
Deze manier van werken stimuleert het gevoelsleven en los bepaalde fixaties op.  Dit bereikt men door juist dat contourgevoel los te laten en zich meer flexibel op te stellen in zijn omgang met de wereld. Schilderen kan ‘wonderen’ verrichten bij het oplossen van traumatische gebeurtenissen.  Het sluit immers direct aan bij de innerlijke ervaring. Het gaat voorbij aan het rationele deel van de ziel die de trauma in woorden en gedachten ‘inpakt’ en verdringt.

Een goede therapeut weet door het werken met de geschikte thema’s en kleuren de ziel van de patiënt kunstzinnig ‘aan het woord’ of veeleer ‘aan het beeld’ te laten. Pas in een latere context kan men misschien de ‘geschilderde ervaringen ter sprake brengen.

We hebben hier geen ruimte om de helende werking van het boetseren, musiceren en spreken toe te lichten . Maar alle dragen ze op een wezenlijke manier bij om de holistische benadering van het huis een praktische omslag te geven.

Sociotherapie door middel van de jaarfeesten

In het huis wordt een bijzondere aandacht geschonken aan ritme en de eigenheid van de seizoenen. Ze geven de ouderen houvast en versterken hun levenskrachten.
Het dagverloop moet een duidelijke structuur vertonen en er wordt gestreefd naar ruimte voor gemeenschappelijke activiteiten.
Ook de week heeft als geheel aparte ritmen en de maanden met hun bijbehorende feesten.
In het huis is er gemeenschappelijk begin door het lezen van de ‘weekspreuken’. Het samen eten wordt aangemoedigd.’s Avonds is er de mogelijkheid tot een individuele of gemeenschappelijke terugblik.
De jaarfeesten worden samen voorbereid en gevierd. Dit geeft een verbinding met de processen in de natuur. Ook wordt ook aandacht besteedt aan een spirituele bezinning op de jaarfeesten. In onze tijd gaat men al te dikwijls aan die ‘verdieping’ voorbij zoals men dit pijnlijk kan vaststellen bij de ‘eindejaarsfeesten’.
Dit alles helpt de ouderen om meer in verbinding te komen met de levenskrachten van de kosmos. Men kan het belang van dit rit niet onderschatten. Het betreden van ritmische stroom van de tijd is vanuit de visie van het huis een zekere basis om het dagelijkse roerige leven harmonischer te gaan beleven.
Daarnaast is natuurlijk ruimte voor een meer individuele aanpak. Dat kan onder andere de vorm aannemen van een biografisch gesprek. We willen hier ook al de ‘stervensbegeleiding’ vernoemen die we later  zullen bespreken.

De mens tussen dood en nieuwe geboorte

Wanneer het sterven intreedt, maakt vanuit onze visie de pianist zich los van de piano. De pianist verdwijnt niet. De ziel kan blijven bestaan los van het lichaam dat vormt het hart van de visie van het huis. Het staat natuurlijk haaks op het moderne levensgevoel dat de ziel ketent aan het levend-zijn van het lichaam.

Door zich los te maken van het lichaam zal de vitaliteit van de ziel zich vrij ontvouwen want het moet niet meer het lichaam moet ‘levend’ houden.
Er ontstaat een panorama van het gehele leven dat zojuist beëindigd is.  Dat komt, omdat de vitaliteit de drager is van het geheugen zich nu op een andere manier laat beleven als het los is van het lichaam. Het ‘levende’ geheugen vertoont zich als een machtig levenstableau met alles wat er gedurende het hele leven is ingeschreven.

Een dergelijke ervaring kan ook optreden bij mensen die op het punt staan te verdrinken, maar op het laatste moment gered worden; of bij dreigend doodsgevaar waarbij een shock het levenslichaam grotendeels uit het fysieke lichaam ‘jaagt’.

De ziel van de gestorven mens kan het totale herinneringstableau waarnemen. Deze toestand duurt niet lang, ongeveer drie dagen. Dit ‘tableau’ wordt als een groot panorama waargenomen, dus als een simultaan beeld van het gehele leven, als een objectief gegeven. In deze fase ervaart de ziel geen smart of geen vreugde ook niet als het terugblikt op de vreugdevolle of pijnlijke ogenblikken van har leven.

In het huis wordt een bijzondere aandacht besteedt in het begeleiden van de gestorvene in deze fragiele overgangsfase.  Men heeft zelfs een aparte ruimte om de overleden ruimte te bieden om op een waardige wijze zijn panorama te kunnen beleven. Het wakend en biddend aanwezig zijn rond het ‘sterfbed’ versterkt de mogelijkheid om het panorama krachtiger te laten inwerken op de ziel van de gestorvene. Ook het sereen oproepen van gemeenschappelijke herinneringen aan de overledene geeft een bijzondere kwaliteit aan dit gebeuren.

Het herinneringstableau vervaagt. Het lost geleidelijk op in de algemene kosmische levenskrachten. De mens heeft dus niet alleen zijn lichaam achtergelaten, zijn eerste ‘omhulling’ maar ook de drager van zijn ‘vitaliteit, zijn tweede ‘omhulling’.

Nu begint voor de gestorvene een geheel nieuwe fase, aan het einde waarvan ook de derde ‘omhulling’, de drager van de ziel, als een ‘lijk wordt afgelegd.
Een verdere bespreking overstijgt het bestek van deze tekst. Wie verder wil zoeken kan in Theosofie van R. Steiner ‘voortlezen’.

~~~~~~~~~~~~